Knippen bij stokhaar en ruwharige vachten
Soms wordt ervoor gekozen om een hond kort te laten knippen of scheren. Maar bij deze vachten kan dit meer kwaad dan goed.
De vacht kan blijvend veranderen. In sommige gevallen groeit deze zelfs niet meer goed terug. In deze blog lees je waarom dit gebeurt en waar je op moet letten.
De gebruikte foto's heb ik gegenereerd om goed het verschil te laten zien tussen de vacht veranderingen, wat kan ontstaan.
We beginnen bij het begin: Het verschil tussen knippen en scheren.
Veel mensen denken dat knippen minder schadelijk is dan scheren, maar in de praktijk is het effect op de vacht hetzelfde. Scheren is in feite electrisch knippen met een tondeuse, waarbij de vacht op een vaste lengte wordt afgesneden. Deze lengte kan variëren van zeer kort tot enkele centimeters, maar het principe blijft gelijk: de haren worden afgeknipt.
Daarnaast is het goed om te weten dat niet alleen scharen of tondeuses invloed hebben op de vacht, ook bepaalde borstels kunnen schade aanrichten. Denk hierbij aan de coatkings, deshedders, ondervachtkammen en klittensnijders. Deze tools bevatten vaak kleine, scherpe randjes die het haar (deels) afsnijden. Hierdoor kan de vachtstructuur veranderen en kunnen dezelfde problemen ontstaan als bij het knippen of scheren van de vacht.
Knippen of scheren van stokharen
Stokharige honden zoals de Berner Sennenhond en de Pomeriaan.
Bij deze honden worden vaak de pootjes en benen in model geknipt. Dit kan in de meeste gevallen weinig kwaad. Bij sommige rassen, zoals de Pomeriaan, worden ook de broek en borst licht bijgewerkt.
Maar wat gebeurt er wanneer er te veel geknipt wordt of wanneer een hond kort geschoren wordt?
Wanneer er te diep in de onderwol wordt geknipt of geschoren, kan dit schade aanrichten aan de vacht. De vacht probeert zich te herstellen door extra onderwol aan te maken.
De onderwol wat normaal gesproken twee keer per jaar ruït, blijft hierdoor vastzitten in de vacht. Dit zorgt voor een dikkere, compactere vacht die sneller klit en moeilijker te onderhouden is.
Daarnaast verandert de structuur van de vacht. Deze kan doffer, dikker en pluiziger worden, waardoor de oorspronkelijke functie van de vacht verloren gaat. Soms komt het voor dat de vacht ongelijk terug groeit, waardoor er een vlekkerig of onverzorgd uiterlijk ontstaat.
Het probleem zit zelden in de lengte van de vacht, maar in de conditie ervan. Een gezonde stokhaarvacht hoort luchtig te zijn en vrij van overtollige, vastzittende onderwol.
Onderliggende problemen of ziektes
Na het scheren of knippen van de vacht kunnen onderliggende problemen of ziektes zichtbaar worden, zoals haaruitval is een syptoom. Dit wordt niet veroorzaakt door het knippen zelf, maar kan bijvoorbeeld te maken hebben met hormonale problemen, ouderdom of andere gezondheidsklachten.
Er is ook kans dat bij het knippen of scheren van de vacht er post clipping alopecia optreden. Dit betekent dat de vacht (deels) niet meer of zeer langzaam terug groeit.
Bij twijfel over de gezondheid is het altijd verstandig om een dierenarts of dermatoloog te raadplegen. Dermatologen zijn gespecialiseerder in de vacht dan dierenartsen.

Het knippen of scheren van ruwharen
Ruwharige honden zoals de Schnauzer en de ruwharige Teckel.
Bij een gezonde, normale vacht worden deze honden geplukt. Hierbij worden de oude, rijpe dekharen verwijderd zodat er ruimte ontstaat voor nieuwe dekharen.
In sommige gevallen wordt er (deels) geknipt of geschoren, bijvoorbeeld wanneer de vacht niet goed loslaat, bij oudere honden of wanneer een hond het plukken niet toelaat.
Het knippen van een ruwharige vacht kan op zichzelf weinig kwaad voor de gezondheid, maar het heeft wel duidelijke gevolgen.
Wanneer een ruwharige vacht wordt geknipt of geschoren, verandert de structuur van de dekharen. Deze worden zachter en verliezen hun typische harde, ruwe karakter. Ook verandert vaak de kleur van de vacht: deze kan doffer of grauw worden. De dekharen worden zachter en onstaan er sneller klitten.
Daarnaast verliest de vacht zijn water- en vuilafstotende eigenschappen.
Het kan zijn dat de geknipte dekharen na meerdere keren geknipt te zijn, minder goed of helemaal niet meer loslaten, waardoor het moeilijker wordt om terug te keren naar een plukvacht.
Herstel is vaak nog mogelijk, maar vraagt veel tijd en geduld. Dit gebeurt door de vacht opnieuw in fases te plukken (strippen). Niet iedere vacht herstelt volledig.
Onderliggende problemen of ziektes
Sommige ruwharige honden ervaren jeuk wanneer de vacht rijp is om geplukt te worden. In sommige gevallen kan hier een onderliggende allergie of huidprobleem achter zitten.
Blijvende jeuk, roodheid of huidklachten zijn altijd een reden om verder te laten onderzoeken bij een dierenarts of dermatoloog. Dermatologen zijn gespecialiseerder in de vacht dan dierenartsen.

Wanneer wordt er gekozen om een vacht te knippen of geschoren?
Bij ernstige klitten/ vervilting wordt er geschoren. Erna zullen we samen kijken wat nodig is om de vacht te herstellen en om de klitten/vervilting te voorkomen.
Bij medische redenen, soms is het door een medische reden beter om een hond te scheren, bijvoorbeeld door een huidaandoening, zo kan de huid beter behandeld worden.
Bij ouderdom, bij ouderdom komen ook zo zijn kwaaltjes kijken. Soms is de behandeltijd te lang of te zwaar, is borstelen niet meer fijn of word het zelfs een gevecht. Dan kan er ook gekeken worden om (deels) te scheren.
Twijfel je over de juiste behandeling voor jouw hond?
Laat je goed adviseren over wat er kan veranderen.
Het knippen of scheren van een vacht lijkt soms een snelle of makkelijke oplossing, maar het kan op lange termijn voor meer problemen zorgen.
Met de juiste behandeling en onderhoud blijft de vacht gezond, sterk en in balans.
Weet je niet zeker wat het beste is voor jouw hond? Neem gerust contact op of vraag advies tijdens een afspraak in de salon.
